Steeds vaker springen ouders of andere familieleden bij als iemand een huis koopt. Je leent bijvoorbeeld een bedrag uit aan je kind, zodat de aankoop lukt of de hypotheek lager kan blijven. Praktisch en persoonlijk. Maar zo’n familielening heeft ook een fiscale kant die veel mensen over het hoofd zien: als geldverstrekker heb je een vordering, en die telt mee in box 3. De vraag die dan opkomt: hoe waardeer je die vordering eigenlijk?
Waarom een familielening in box 3 speelt
Bij een familielening zijn er altijd twee kanten. Degene die het geld leent, heeft een schuld. Degene die het geld uitleent, heeft een bezit: een vordering. Dat bezit is voor de uitlener onderdeel van het vermogen en valt daarmee in principe in box 3, het deel van de inkomstenbelasting dat over vermogen gaat.
Dat betekent dat je als ouder of familielid dat geld heeft uitgeleend, die vordering moet opgeven. Ook al staat het geld niet meer op je eigen rekening: je hebt recht op terugbetaling, en dat recht heeft waarde. Voor de lener kan de schuld onder voorwaarden juist meetellen als aftrekpost, bijvoorbeeld wanneer het geld voor de eigen woning is gebruikt. Zo raakt één lening dus twee belastingaangiftes.
Wat betekent “waardering” van de vordering?
De waarde die je opgeeft, is in de basis het bedrag dat je nog tegoed hebt. Heb je iets uitgeleend en is er nog niets afgelost, dan is de waarde gelijk aan het uitgeleende bedrag. Wordt er afgelost, dan daalt de openstaande vordering mee.
Toch is het niet altijd zo rechttoe rechtaan. Bij sommige leningen spelen bijzondere afspraken een rol die de waarde kunnen beïnvloeden. Denk aan:
- een lening zonder of met een afwijkende rente;
- afspraken over aflossing die soepel of juist streng zijn;
- voorwaarden waardoor terugbetaling onzeker is.
In dat soort situaties kan de vraag ontstaan of de nominale waarde (het volle bedrag) wel het juiste uitgangspunt is. Dit is bij uitstek maatwerk. Hoe een lening precies wordt beoordeeld, hangt af van de afspraken die je hebt vastgelegd en van je persoonlijke situatie.
Waarom goede afspraken zo belangrijk zijn
Een familielening voelt vaak informeel. Je vertrouwt elkaar, dus waarom moeilijk doen met papierwerk? Toch is juist dat papierwerk belangrijk. Zonder duidelijke afspraken over rente, looptijd en aflossing is achteraf lastig te onderbouwen wat de lening waard is en hoe je die moet behandelen in de aangifte.
Een lening die goed op papier staat, voorkomt discussie en verrassingen achteraf. Dat geldt voor jou als uitlener, maar ook voor het familielid dat het geld ontvangt en de schuld mogelijk wil meenemen in de eigenwoningregeling.
Wat ons betreft is een familielening een prima manier om elkaar te helpen bij een woningaankoop, mits je de fiscale gevolgen vooraf in beeld brengt. Het is geen kwestie van goed of fout, maar van goed geregeld. Wie de afspraken netjes vastlegt en weet hoe de vordering in box 3 doorwerkt, houdt overzicht en voorkomt onbedoelde belastinggevolgen.
Hoe pak je dit slim aan?
Ben je bezig met de aankoop van een woning waarbij familie meefinanciert, denk dan meteen na over de opzet van de lening. Het loont om de financiering, de afspraken en de fiscale kant in samenhang te bekijken. In onze financieel advies-praktijk zien we regelmatig dat een familielening en een reguliere hypotheek naast elkaar lopen; dan is het prettig als beide op elkaar aansluiten. Ook starters op de woningmarkt maken hier vaak gebruik van.
Twijfel je hoe jouw familielening in box 3 uitpakt of hoe je de afspraken het beste vastlegt? Neem contact op met VIND Financieel Advies, dan kijken we samen naar jouw situatie.
Geschreven door Jef van den Boorn, Financieel Adviseur bij VIND.